ARCTISCHE KOU VRAAGT OM EXTREME MAATREGELEN

De kou en wind striemen in je gezicht. En in de wildernis van het poolgebied liggen hongerige ijsberen op de loer. Hier werken Rune Ryen en zijn collega’s voor één van de noordelijkst gelegen bouwbedrijven ter wereld. Voorzien van bivakmutsen en skibrillen verbouwen ze een verlaten steenkolenmijn op de grens met de noordpool.

Temperatuur: -66°C. Windstoten met orkaankracht en ijsberen. Gewoon een normale werkdag voor Rune Ryen en zijn collega's die in 's werelds noordelijkste gebied bouwen.


Vanuit het vliegtuig zijn alleen maar ijs en bergen te zien. Hier kunnen geen bomen groeien, de bloemen die wel opkomen bloeien maar enkele maanden om vervolgens weer onder het ijs te verdwijnen. Een arctische wildernis zo ver als je kijken kunt. Svalbard ligt op de grens met de noordpool en als we het vliegtuig uitstappen zien we een waarschuwingsbord voor ijsberen. Een kleine reisgids waarschuwt ons het dorp nooit zonder begeleiding of wapens te verlaten. 

Deze plek is ijskoud, verlaten en gevaarlijk. En alsof dat nog niet genoeg is, Longyearbyen – de grootste plaats van Svalbard met maar een paar duizend inwoners – is een voormalige mijnbouwgemeenschap. Het winterse landschap heeft een industriële aanblik. Zware vrachtwagens rijden af en aan naar steenkolenmijn zeven, de laatste mijn die nog word gebruikt. Het is alsof iemand een volledige vuile Engelse mijnstad van een aantal eeuwen geleden naar deze plek heeft getransporteerd, deze heeft ingevroren in ijs en vervolgens tussen de prachtige bergen en gevaarlijke wilde dieren heeft neergezet.

“Als we buiten het dorp aan de slag gaan, zijn we altijd bewapend”, vertelt Rune Ryen, bouwopzichter bij Sandmo & Svenkerud, het grootste lokale bouwbedrijf. “Er wagen zich nauwelijks ijsberen in de stad, maar als dit wel gebeurt worden ze snel verdoofd en per helikopter weggevoerd. Buiten de stad moet je desondanks voortdurend opletten. En toch vormen de ijsberen niet het grootste probleem.”

MEER BOUW DOOR WILDERNISTOERISME

Svalbard verandert van een mijnstadje in een wildernisparadijs voor toeristen. Avonturiers komen hierheen voor het betoverende noorderlicht, de ijsbergen en de ijsberen. Afgelopen lente kwamen er ongeveer 1500 toeristen naar Svalbard voor de zonsverduistering (één van hen viel ten prooi aan een ijsbeer). Omdat de lokale hotels al heel snel volgeboekt waren, bood een reisbureau uit Japan de toeristen de mogelijkheid te overnachten in het vliegtuig waarmee ze ingevlogen waren.

De meeste bouwprojecten in Svalbard zijn hotel gerelateerd. In de toekomst wil de eilandengroep op twee benen staan: toerisme en onderzoek. Achter de fenomenale natuur schuilen lange werkdagen. Werken in de bouw is hier wel even wat anders. Vorige winter maakt Svalbard de strengste winter sinds een lange tijd door. In de zwaarste storm wees de thermometer een effectieve temperatuur van -66°C aan. Muren brokkelden af en de wind blies zelfs een grote containerkraan in de haven omver. 

“Nog nooit heb ik zoiets meegemaakt”, vertelt Almar Gregersen, die al sinds de jaren ’70 op het eiland werkt. “Slechts enkele centimeters voor je gezicht was alles verblindend wit, er raasde een orkaan en je kon niet rechtop blijven staan. We blijven niet snel thuis van het werk, maar toen was het echt nodig.”


EEN GEWONE WERKDAG = 40 GRADEN ONDER NUL

Op een gangbare werkdagen schommelt de temperatuur tussen de 30 en 40°C onder nul. De wind heeft weliswaar niet altijd orkaankracht, maar lijkt altijd in kracht toe te nemen eer hij aan land komt op de open vlaktes van Svalbard. 



Als je bij -40°C een uur buiten werkt, verkrampen je vingers van de kou en kun je je gereedschap niet meer vasthouden. Dan gaan we binnen een uurtje opwarmen voordat we weer naar buiten gaan.

“De Golfstroom stroomt langs Svalbard en daarom is het hier warmer dan op andere plekken op dezelfde breedtegraad, maar de wind is de spelbreker”, zegt Rune. “In Tromsø kunnen ze bijvoorbeeld grote tenten plaatsen over hun bouwlocaties om lekker warm en comfortabel te kunnen werken. Maar zo’n tent zou hier maar een paar dagen meegaan.

Soms is het echt nodig om bivakmutsen en skibrillen te dragen tijdens het werken. Als je bij -40°C een uur buiten werkt, verkrampen je vingers van de kou en kun je je gereedschap niet meer vasthouden. Dan gaan we binnen een uurtje opwarmen en daarna weer aan het werk buiten.”

“Er is slechts één iemand die de hele dag buiten blijft”, zegt Almar. “Een kerel uit Oekraïne die zittend schildert op een kruk, met een sigaret in zijn mond. Hij schildert de hele dag door tot het tijd is om naar huis te gaan. Af en toe brengen we hem iets warms te drinken. Hij is echt extreem! Wij zouden zoveel kledinglagen over elkaar moeten dragen totdat we op een Michelin-mannetje zouden lijken, en dan zouden we niet eens meer kunnen werken met al die lagen.”

EEN STERKE WIND KAN PLOTSELING OPZETTEN

De wind op Svalbard komt vanuit het niets opzetten. Rune vertelt dat er op het eiland een bouwbedrijf bezig was met smalle dunne dakleien en dat ze vergeten waren om deze vast te zetten. Het was een prachtige heldere dag, maar toen kwam de wind opzetten en in enkele seconden vlogen er scherpe, dodelijke dakpannen door de stad.

Vaak kunnen de bouwteams maar kleine werkzaamheden verrichten. Ze moeten afwegen of ze op een bepaalde dag met grote gipsplaten kunnen werken omdat ze niet het risico willen nemen dat dit gevaarlijke projectielen worden die door de wind worden weggeblazen. “Op een gegeven moment blies een storm een Russisch vliegtuig tegen een ijsmuur naast de landingsbaan.” 

EXTREEM LICHT IN DE ZOMER EN PIKDONKER IN DE WINTER

“En uiteraard zijn onze daglichtcondities behoorlijk extreem”, zegt Rune. “In de zomer is het 24 uur per dag licht en in de winter is het exact het tegenovergestelde: zo zwart als roet. Mensen in het hoge noorden van Noorwegen vinden het daar donker, maar zij weten niet echt wat volledige duisternis is. In de winter moeten we enorme schijnwerpers neerzetten om onze bouwterreinen te verlichten. En de mensen staren thuis in grote lampen om het lichaam voor de gek te houden.” 

Wij rijden over de enige weg van het eiland die loopt van het vliegveld naar de stad en zich nog een paar kilometer in de andere richting uitstrekt naar de laatste kolenmijn. In Longyearbyen staan ettelijke rijen gekleurde huizen (er schijnt een kleurenminister in Bergen te zijn die de kleuren bepaalt), er zijn paar cafés en een paar winkels in het voetgangersgebied en over de grond kronkelen elektriciteitskabels voor de stroomvoorziening in de stad. “De kabels kunnen vanwege de permafrost niet in de grond worden ingegraven”, aldus Rune. 
 
“Alles gaat er hier anders aan toe. Als het zomer wordt bijvoorbeeld, ontdooit de bovenste laag van de grond en wordt het modder, dat in de winter weer zal bevriezen. Het is niet eenvoudig om funderingen te maken die hier bestand tegen zijn. We passen een methode toe uit Canada en Alaska en maken gebruik van verstelbare palen waarop we de gebouwen verankeren. Zo kunnen wij ieder gebouw aanpassen aan de lokale veranderingen in de ondergrond.”

“Als het werkt in Svalbard,  dan werkt het overal denk ik.”


SNICKERS WORKWEAR TESTEN IN EEN EXTREEM KLIMAAT

Vanwege het extreme klimaat is Sandmo & Svenkerud tester voor Snickers Workwear en hebben zij al veel van onze winterkleding aan grondige tests onderworpen. Er verschijnt een glimlach op Runes gezicht als hij hier over nadenkt.

“Ik denk dat de achterliggende gedachte is dat als iets werkt op Svalbard, het overal aan voldoet.”